Waarom een verbod op religieuze uitingen bij boa’s geen goed idee is
Het verbod op religieuze uitingen bij boa’s komt opnieuw ter sprake. De VVD wil wettelijk vastleggen dat geüniformeerde boa’s tijdens hun werk geen zichtbare religieuze of levensbeschouwelijke uitingen mogen dragen. Denk aan een hoofddoek, keppeltje of tulband.
De discussie hierover is niet nieuw. Al meerdere jaren verschillen politici, gemeenten en belangenorganisaties van mening over de vraag of religieuze kleding bij het boa-uniform past.
Volgens De Nieuwe Beveiliger is een landelijk verbod geen goede beslissing. Neutraliteit is belangrijk, maar die moet vooral blijken uit hoe een boa zijn of haar werk doet. Niet uit wat iemand op het hoofd draagt.
Een boa moet iedereen gelijk behandelen
Boa’s werken namens de overheid. Ze spreken mensen aan, controleren regels en kunnen boetes uitschrijven. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat een boa eerlijk en professioneel handelt.
Dat uitgangspunt staat niet ter discussie. Een boa mag iemand niet anders behandelen vanwege afkomst, geloof, huidskleur, geslacht of politieke voorkeur.
Maar betekent dit ook dat een boa er volledig neutraal uit moet zien? Volgens ons niet. Een hoofddoek, tulband of keppeltje zegt niets over de manier waarop iemand zijn werk uitvoert.
Een boa zonder zichtbaar religieus symbool kan nog steeds vooroordelen hebben. Andersom kan een boa met een hoofddoek of keppeltje juist heel professioneel, eerlijk en onpartijdig optreden.
Neutraliteit zit daarom vooral in gedrag.
Welk probleem wordt hiermee opgelost?
Een belangrijk bezwaar tegen het voorstel is dat niet duidelijk is welk concreet probleem ermee wordt opgelost.
Zijn er veel klachten over boa’s die door hun religieuze kleding niet professioneel zouden optreden? Zijn er aanwijzingen dat burgers boetes minder vaak accepteren wanneer een boa een hoofddoek of tulband draagt? Voor zover bekend is daar nauwelijks overtuigend bewijs voor.
Het verbod lijkt daardoor vooral gebaseerd op de gedachte dat sommige burgers zich ongemakkelijk zouden kunnen voelen bij een religieus symbool.
Maar moet de overheid regels maken op basis van mogelijke vooroordelen van anderen? Volgens ons niet. De overheid zou juist moeten laten zien dat mensen met verschillende achtergronden dezelfde publieke functie kunnen uitvoeren.
Een burger hoeft het geloof van een boa niet te delen. Hij moet er wel op kunnen vertrouwen dat de boa de regels eerlijk toepast.
Goede kandidaten worden buitengesloten
Een landelijk verbod kan ervoor zorgen dat geschikte mensen niet meer als boa kunnen werken.
Voor sommige gelovigen is een hoofddoek, keppeltje of tulband namelijk geen accessoire die zij tijdens werktijd zomaar afdoen. Het is een belangrijk onderdeel van hun geloof en identiteit.
Zij komen dan voor een harde keuze te staan: hun geloofsuiting afleggen of afzien van een baan als geüniformeerde boa.
Dat is moeilijk uit te leggen in een tijd waarin veel gemeenten en andere werkgevers moeite hebben om voldoende boa’s te vinden. Vakbekwame en betrouwbare kandidaten zouden moeten worden beoordeeld op hun opleiding, gedrag en geschiktheid. Niet op een religieus kledingstuk.
Diversiteit kan juist helpen
Boa’s werken dagelijks tussen mensen met allerlei achtergronden. Een organisatie die een goede afspiegeling vormt van de samenleving kan daardoor juist toegankelijker zijn.
Een diverse groep boa’s kan makkelijker contact leggen met verschillende bewoners en gemeenschappen. Dat kan helpen bij communicatie, wederzijds begrip en vertrouwen.
Natuurlijk moet het uniform herkenbaar en veilig blijven. Daar kunnen duidelijke regels voor worden gemaakt. Religieuze kledingstukken kunnen bijvoorbeeld dezelfde kleur krijgen als het uniform. Ook mag het kledingstuk geen risico vormen tijdens een aanhouding of andere werkzaamheden.
Dat is iets anders dan een volledig verbod.
Professioneel optreden is belangrijker dan uiterlijk
De Nieuwe Beveiliger vindt dat boa’s vooral moeten worden beoordeeld op hun handelen. Treedt iemand respectvol op? Past de boa de regels bij iedereen op dezelfde manier toe? Kan hij of zij goed omgaan met conflicten? En worden beslissingen duidelijk uitgelegd?
Dat zijn de zaken die bepalen of iemand geschikt is voor het vak.
Wie het vertrouwen in boa’s wil vergroten, kan beter investeren in goede opleidingen, integriteit, communicatie en toezicht. Een verbod op religieuze uitingen zorgt niet automatisch voor beter of neutraler optreden.
Een neutrale overheid hoeft niet te betekenen dat iedere medewerker er precies hetzelfde uitziet. Het betekent vooral dat iedere burger eerlijk en gelijk wordt behandeld.