Top 20 meest voorkomende overvalobjecten in Nederland
Overvallen kunnen zich richten op van alles: van winkels en horeca tot woningen en (waarde)transport. Wat de doelwitten met elkaar gemeen hebben, is dat er “iets te halen” valt (geld, waardevolle goederen) én dat de situatie vaak kort en chaotisch is. De afgelopen jaren is het totaal aantal overvallen in Nederland sterk gedaald, maar bepaalde typen objecten blijven relatief aantrekkelijk voor daders.
Recente cijfers: hoeveel overvallen zijn er nu?
Volgens een recente Kamerbrief is het aantal overvallen in tien jaar tijd fors gedaald: van 1.982 (2012) naar 531 (2024). In de jaarcijfers van de Politie staat voor 2024 een vergelijkbaar totaal van 532 overvallen. (Verschillen van één zaak komen vaker voor door definities, telmomenten en voorlopige/definitieve standen.)
Tegelijkertijd melden media dat er in (delen van) 2025 weer een opvallende stijging zichtbaar was, met veel “hit-and-run”-zaken en relatief jonge daders.
Waar gebeuren overvallen relatief vaak?
Oudere landelijke analyses lieten zien dat een groot deel van de overvallen plaatsvindt in detailhandel, gevolgd door particulieren (woningovervallen), horeca, en (particuliere) waardetransporten.
Wat je de laatste jaren ook terugziet: door minder contant geld (pin/zelfscan/QR) verandert het “klassieke” kassadoelwit. Dat wordt in beleidsteksten ook benoemd als een factor die de gelegenheid kan verkleinen.
Top 20 meest voorkomende overvalobjecten
Onderstaande top-20 is een praktisch overzicht van de meest voorkomende categorieën doelwitten die in landelijke aanpakken en recente berichtgeving steeds terugkomen (de precieze rangorde kan per jaar en regio wisselen).
Supermarkten – vaak vanwege kassa’s, kluizen, sigaretten en snelle “scoren-en-weg”-dynamiek.
Tankstations – combinatie van lange openingstijden en relatief beperkt personeel.
Juweliers – hoogwaardig, klein en makkelijk mee te nemen.
Telecomwinkels / belwinkels – vooral gericht op (dure) smartphones en accessoires.
Brillenzaken / opticiens – genoemd als terugkerend winkeldetailtype in recente berichtgeving.
Avondwinkels / nachtwinkels – relatief veel contant geld en late uren.
Cafetaria’s en afhaalzaken – snelle kasmomenten, vaak in avonduren.
Cafés en kleine horeca – wisselende drukte, soms laat open.
Restaurants (met bezorg- of afrekenpieken) – vooral rond sluitingstijd of na piekuren.
Hotels (receptie/nachtbalie) – nachtdiensten, beperkte bezetting, kassaverkeer.
Woningen (woningovervallen) – gericht op contant geld, sieraden, kluizen of dwang tot pinnen.
Ondernemers die dagopbrengst wegbrengen (particulier waardetransport) – overvallen “onderweg” of bij aankomst/vertrek.
Maaltijdbezorgers / koeriers – doorvoer van goederen/waarde, soms ook cash of devices.
Buurtsupers/mini-markets – kleinere winkels met voorspelbare kasmomenten.
Drogisterijen – breed assortiment met relatief waardevolle, makkelijk verhandelbare goederen.
Tabaks- en gemakszaken – sigaretten en andere goed verhandelbare producten.
Pawnshops / goud- of inkoopzaken – combinatie van contant geld en waardevolle spullen.
Speelhallen / wedkantoren – geldstromen en late openingstijden.
Kleine speciaalzaken met hoge waarde per item (bijv. elektronica, luxe accessoires) – “klein volume, hoge waarde”.
Overige bedrijven/instellingen met kas- of waardestromen – een restcategorie die jaarlijks terugkomt omdat overvallen zich niet tot één type beperken.
Wat valt op in de actualiteit?
In recente berichtgeving over 2025 worden vooral juweliers, telecomwinkels, brillenzaken, maar ook horeca, supermarkten en tankstations expliciet genoemd als doelwit. Dat past bij een beeld waarin sommige daders kiezen voor snelle, opportunistische overvallen met een relatief kleine buit, terwijl de impact op slachtoffers groot blijft.