Psychologie

Waarom je beter naar gedragsverandering kunt kijken dan naar ‘verdacht gedrag’

Beveiliger observeert bezoekers om gedragsverandering te herkennen

Een beveiliger let voortdurend op wat er om hem heen gebeurt. Wie loopt waarheen? Wie blijft ergens opvallend lang staan? Wie kijkt zenuwachtig om zich heen? Toch zit daar ook een risico in. Want wat wij als ‘verdacht gedrag’ zien, hoeft helemaal niet verdacht te zijn.

Iemand kan nerveus zijn omdat hij haast heeft, sociaal angstig is of simpelweg niet weet waar hij moet zijn. Daarom is het vaak verstandiger om niet alleen te kijken naar bepaald gedrag, maar vooral naar veranderingen in iemands gedrag.

Verdacht gedrag bestaat niet altijd

Er bestaat geen universele lijst met gedragingen waaraan je kunt zien dat iemand slechte bedoelingen heeft. Wegkijken, zweten, snel praten of friemelen kunnen aanwijzingen zijn voor spanning, maar zeggen weinig over de oorzaak daarvan.

Dat maakt het gevaarlijk om op één signaal af te gaan.

Een bezoeker die nauwelijks oogcontact maakt, hoeft bijvoorbeeld niets te verbergen. Misschien voelt hij zich ongemakkelijk of is hij gewoon verlegen. Een persoon die steeds om zich heen kijkt, kan iets van plan zijn, maar kan net zo goed iemand zoeken.

De context is daarom minstens zo belangrijk als het gedrag zelf.

Let vooral op wat er verandert

Interessanter wordt het wanneer gedrag plotseling verandert.

Stel dat iemand rustig door een winkel loopt. Zodra hij een beveiliger ziet, verandert zijn tempo, stopt hij zijn telefoon snel weg en kiest hij plotseling een andere route. Geen van die gedragingen bewijst op zichzelf iets. De combinatie én de plotselinge verandering maken de situatie wel interessanter om te observeren.

Hetzelfde geldt bijvoorbeeld bij toegangscontrole.

Een bezoeker praat ontspannen met iemand naast hem, maar wordt ineens opvallend gespannen zodra naar zijn toegangsbewijs wordt gevraagd. Zijn antwoorden worden korter en hij begint voortdurend naar de uitgang te kijken.

Dat betekent nog steeds niet automatisch dat er iets mis is. Maar het geeft wel een reden om beter op te letten.

Omdat er altijd een plek is
waar het leuker is!

Zoek naar afwijkingen van het normale patroon

Ervaren beveiligers ontwikkelen vaak ongemerkt een gevoel voor wat ‘normaal’ is op hun werkplek.

Bij een winkel, ziekenhuis, evenement of kantoorgebouw ontstaan bepaalde patronen. Mensen lopen bepaalde routes, reageren ongeveer hetzelfde op controles en gedragen zich op voorspelbare manieren.

Juist een duidelijke afwijking daarvan kan interessant zijn.

Denk aan iemand die meerdere keren langs dezelfde ingang loopt zonder naar binnen te gaan. Of een bezoeker die eerst doelgericht lijkt te lopen, maar zijn gedrag sterk verandert zodra hij personeel ziet.

Niet het gedrag zelf, maar de afwijking van het eerdere patroon verdient dan aandacht.

Pas op voor tunnelvisie

Er zit ook een psychologische valkuil aan observeren. Zodra je eenmaal denkt dat iemand verdacht is, ga je vaak onbewust vooral letten op signalen die dat vermoeden bevestigen.

Dit wordt confirmation bias genoemd.

Een beveiliger kan daardoor normaal gedrag ineens als extra verdacht interpreteren. Probeer jezelf daarom regelmatig de vraag te stellen: welke onschuldige verklaring kan er ook zijn?

Dat helpt om objectiever te blijven.

Observeren betekent niet meteen ingrijpen

Een gedragsverandering is vooral een reden om beter te kijken, niet automatisch om iemand aan te spreken of tegen te houden.

Let op meerdere signalen, kijk naar de situatie en vergelijk het gedrag met wat daarvoor gebeurde.

Goede observatie draait uiteindelijk niet om het zoeken naar ‘verdachte mensen’. Het draait om het herkennen van gedrag dat opvalt binnen een bepaalde situatie.

En juist die manier van kijken kan een beveiliger helpen om scherper te observeren, zonder te snel conclusies te trekken.