Eindelijk zicht op een persoonsgebonden beveiligingspas (en waarom dat belangrijk is)
Beveiligers in Nederland mogen pas aan het werk als ze officieel zijn goedgekeurd. Nu is die toestemming in de praktijk vaak gekoppeld aan het beveiligingsbedrijf waarvoor iemand werkt. Dat zorgt voor extra papierwerk: wisselt een beveiliger van werkgever, of wordt iemand opnieuw ingezet, dan moet een bedrijf opnieuw toestemming aanvragen bij de politie (de zogeheten “korpscheftaken”).
Wat is het probleem met het huidige systeem?
Op dit moment kan alleen het beveiligingsbedrijf (niet de beveiliger zelf) toestemming en een legitimatiebewijs aanvragen. De politie geeft aan dat zo’n aanvraagprocedure tot 8 weken kan duren. Daarnaast zijn er kosten: volgens Justis (onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid) betaalt het bedrijf onder meer voor de toestemming en het legitimatiebewijs; Justis noemt daarbij bedragen van € 60 (toestemming) en € 26 (legitimatiebewijs).
In een sector waar roosters snel kunnen veranderen en waar veel met wisselende opdrachten en locaties wordt gewerkt, kan dit leiden tot vertragingen en extra administratie.
Wat zou een persoonsgebonden pas veranderen?
Het idee van een persoonsgebonden beveiligingspas (of “persoonsgebonden toestemming”) is simpel: de goedkeuring hangt dan vooral aan de persoon die aan de eisen voldoet, in plaats van aan het bedrijf. In de plannen die nu rondgaan staat het zo: als iemand eenmaal die persoonlijke toestemming/pas heeft, hoeft er bij een overstap naar een ander beveiligingsbedrijf niet opnieuw toestemming te worden aangevraagd om beveiligingswerk te mogen doen.
Belangrijk: dit betekent niet dat controles verdwijnen. De bedoeling is juist dat de noodzakelijke screening en kwaliteitseisen blijven bestaan, maar dat het “opnieuw aanvragen bij elke wissel” verdwijnt.
Waarom is er nu ineens “snelle actie” mogelijk?
In december 2025 publiceerde het kabinet een eerste lijst met 218 regels die geschrapt of vereenvoudigd kunnen worden om de regeldruk voor ondernemers te verminderen. Het kabinet wil uiteindelijk vóór de zomer van 2026 een veel grotere set regels aanpakken.
In die lijst staat (op initiatief vanuit de sector) ook het punt over het telkens opnieuw toestemming vragen bij inzet van beveiligers. De Nederlandse Veiligheidsbranche ziet dit als een kans om de persoonsgebonden pas sneller te regelen, omdat het onderwerp dan via het “regeldruk-traject” kan meelopen.
Waar zit het risico?
De persoonsgebonden pas wordt ook genoemd in verband met een bredere wijziging van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). En grote wetswijzigingen kunnen jaren duren. Daarom waarschuwt de branche: als de pas niet apart en snel wordt opgepakt, kan het opnieuw lang blijven liggen.
Wat merk je hiervan in de praktijk?
Als dit plan doorgaat, kan het vooral helpen bij:
sneller inzetbaar zijn van beveiligers bij wisseling van werkgever;
minder administratieve druk bij beveiligingsbedrijven;
minder herhaal-aanvragen bij politie/korpscheftaken.
Kortom: de kern is niet “minder regels”, maar slimmere regels—met dezelfde basiscontrole, alleen zonder onnodig herhaalwerk.